delies
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1 | Verkleinwoord: het het liesje
het gebied aan de overgang van buik en bovenbeen aan de binnenzijde van het dijbeen
Voorbeeldzinnen met het woord lies
- "De voetballer voelde een scheur in zijn lies tijdens de training."
- "Een liesbreuk ontstaat wanneer weefsel door een zwakke plek in de buikwand dringt."
- "Na een liesoperatie moet de patient enkele weken rust houden."
- "De arts tastte de lies af om te controleren of de lymfeklieren vergroot waren."
- "Sporters die veel sprinten zijn gevoelig voor liesblessures."
Synoniemen van lies
Waar komt het woord lies vandaan?
Het woord lies stamt uit het Middelnederlands liese en hangt samen met het Oudhoogduits liesa. De verdere herkomst is onzeker maar het woord beschreef al vroeg het gebied tussen buik en bovenbeen. Verwante vormen zijn te vinden in andere Germaanse talen zoals het Duits Leiste.
Veelgestelde vragen over lies
- Wat betekent lies?
- het gebied aan de overgang van buik en bovenbeen aan de binnenzijde van het dijbeen
- Op welk taalniveau hoort lies?
- Het woord lies hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van lies?
- Synoniemen van lies zijn: liesstreek, inguinaalstreek.
- Is lies een de-woord of het-woord?
- Lies is een de-woord: de lies.
- Wat is het verkleinwoord van lies?
- Het verkleinwoord van lies is: het het liesje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij lies
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
Zintuig waarmee je kunt zien
gewricht tussen arm en romp
Hoofd (informeler).
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje