Was dit nuttig?
hetoog
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
Zintuig waarmee je kunt zien
Voorbeeldzinnen met het woord oog
- "Mijn ogen zijn blauw."
- "Ze heeft moeite met haar ogen."
- "Doe je ogen dicht."
Synoniemen van oog
Idiomen
- • Een oogje in het zeil houden
- • Oog in oog staan met
- • Met het blote oog
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1
klein, rond gaatje aan het uiteinde van een naald waardoor de draad wordt geregen
Voorbeeldzinnen met het woord oog
- "Ze had moeite de draad door het oog van de naald te steken."
- "Het oog van de grote naald was groot genoeg voor dik borduurgaren."
Idiomen
- • Een oogje in het zeil houden
- • Ogen hebben als schoteltjes
- • Iemand een oog uitsteken
3zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2
aandacht, begrip of gevoel voor kwaliteit of details; ook: een markant punt in het middelpunt van een storm
Voorbeeldzinnen met het woord oog
- "Ze heeft een goed oog voor kleur en combineerde de tinten perfect."
- "Het oog van de orkaan bewoog langzaam over de Golf van Mexico."
Idiomen
- • oog hebben voor — gevoel hebben voor of letten op iets
Veelgestelde vragen over oog
- Wat betekent oog?
- Zintuig waarmee je kunt zien
- Op welk taalniveau hoort oog?
- Het woord oog hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van oog?
- Synoniemen van oog zijn: gezichtsvermogen, pupil.
- Is oog een de-woord of het-woord?
- Oog is een het-woord: het oog.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij oog
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
detand
zelfstandig naamwoord
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…
hetoor
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt horen