Was dit nuttig?
hetoor
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
Zintuig waarmee je kunt horen
Voorbeeldzinnen met het woord oor
- "Mijn oor doet pijn."
- "Hij heeft grote oren."
- "Zet je oren open."
Synoniemen van oor
Idiomen
- • Ergens geen oor naar hebben
- • Tot over zijn oren verliefd
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1
uitstekend handvat of lus aan een kan of kruik waarmee je het kunt dragen
Voorbeeldzinnen met het woord oor
- "Ze pakte de theepot bij het oor en schonk rustig in."
- "Het oor van de kruik was gebarsten dus moest hij hem voorzichtig optillen."
Idiomen
- • Één oor in, het andere uit
- • Tot over zijn oren verliefd
- • Iemand iets in het oor fluisteren
Veelgestelde vragen over oor
- Wat betekent oor?
- Zintuig waarmee je kunt horen
- Op welk taalniveau hoort oor?
- Het woord oor hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van oor?
- Synoniemen van oor zijn: gehoororgaan.
- Is oor een de-woord of het-woord?
- Oor is een het-woord: het oor.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij oor
hetoog
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt zien
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
detand
zelfstandig naamwoord
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…