Was dit nuttig?
detand
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
Voorbeeldzinnen met het woord tand
- "Je moet twee keer per dag je tanden poetsen."
- "Hij heeft witte tanden."
- "Ik heb pijn aan mijn tand."
Idiomen
- • Met de tanden op elkaar
- • Ergens zijn tanden in zetten
Veelgestelde vragen over tand
- Wat betekent tand?
- Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
- Op welk taalniveau hoort tand?
- Het woord tand hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van tand?
- Synoniemen van tand zijn: kies, gebit.
- Is tand een de-woord of het-woord?
- Tand is een de-woord: de tand.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tand
hetoog
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt zien
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…
hetoor
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt horen