Was dit nuttig?
lesgeven
werkwoord | Taalniveau: A2
onderwijs geven aan een groep leerlingen of studenten
Voorbeeldzinnen met het woord lesgeven
- "Ze geeft al tien jaar les aan groep vijf van de basisschool."
- "Lesgeven vereist geduld, enthousiasme en gedegen vakkennis."
Synoniemen van lesgeven
Idiomen
- • met passie lesgeven (onderwijs geven met groot enthousiasme en persoonlijke betrokkenheid)
Vervoeging van lesgeven
| Ik (nu) | geef les |
| Hij/zij (nu) | geeft les |
| Wij (nu) | geven les |
| Verleden tijd | gaf les |
| Voltooid deelw. | lesgegeven |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over lesgeven
- Wat betekent lesgeven?
- onderwijs geven aan een groep leerlingen of studenten
- Op welk taalniveau hoort lesgeven?
- Het woord lesgeven hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van lesgeven?
- Synoniemen van lesgeven zijn: onderwijzen, doceren, instrueren.
- Hoe vervoeg je lesgeven in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je lesgeven als volgt: ik geef les, hij/zij geeft les, wij geven les.
- Wat is de verleden tijd van lesgeven?
- De verleden tijd (enkelvoud) van lesgeven is: gaf les.
- Wat is het voltooid deelwoord van lesgeven?
- Het voltooid deelwoord van lesgeven is: lesgegeven.
- Gebruik je hebben of zijn bij lesgeven?
- Bij lesgeven gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij lesgeven
herkansen
werkwoord
een toets of examen opnieuw doen na een eerdere mislukking
zakken
werkwoord
een examen of toets niet halen
hetexamen
zelfstandig naamwoord
officiële toets waarmee kennis en vaardigheden formeel worde…
deinstroomtoets
zelfstandig naamwoord
toets waarmee het beginniveau van een leerling wordt vastges…
hetproefwerk
zelfstandig naamwoord
schriftelijke toets op school over een beperkt deel van de l…
hetlokaal
zelfstandig naamwoord
ruimte of klaslokaal in een school of gebouw
Gerelateerde taaltips
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.