Was dit nuttig?
leren
werkwoord | Taalniveau: A1
Kennis of vaardigheid opdoen
Voorbeeldzinnen met het woord leren
- "Hij moet nog veel leren."
- "Ik leer graag nieuwe dingen."
- "Ze is een taal aan het leren."
Synoniemen van leren
Idiomen
- • Leren en leven
Vervoeging van leren
| Ik (nu) | leer |
| Hij/zij (nu) | leert |
| Wij (nu) | leren |
| Verleden tijd | leerde |
| Voltooid deelw. | geleerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over leren
- Wat betekent leren?
- Kennis of vaardigheid opdoen
- Op welk taalniveau hoort leren?
- Het woord leren hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van leren?
- Synoniemen van leren zijn: studeren, onderwijzen.
- Hoe vervoeg je leren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je leren als volgt: ik leer, hij/zij leert, wij leren.
- Wat is de verleden tijd van leren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van leren is: leerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van leren?
- Het voltooid deelwoord van leren is: geleerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij leren?
- Bij leren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij leren
studeren
werkwoord
Kennis of vaardigheid opdoen (formeel onderwijs).
onderwijzen
werkwoord
Lesgeven, kennis overdragen.
hetniveau
zelfstandig naamwoord
de mate van kennis, vaardigheid of kwaliteit op een bepaald …
detaalschool
zelfstandig naamwoord
onderwijsinstelling die speciaal gericht is op het aanleren …
hetkrijt
zelfstandig naamwoord
een zacht, krijtachtig gesteente; ook: schrijfmateriaal voor…
demeester
zelfstandig naamwoord
iemand met een hoge mate van vakbekwaamheid; ook: aanduiding…