Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    instrueren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    iemand duidelijke aanwijzingen geven over hoe hij een taak moet uitvoeren

    Voorbeeldzinnen met het woord instrueren

    • "De leraar instrueerde de leerlingen over de veiligheidsregels in het lab."
    • "Ze instrueerde het team nauwkeurig voordat de oefening begon."

    Synoniemen van instrueren

    Idiomen

    • • nauwkeurig instrueren (met zorg en duidelijkheid aanwijzingen geven)

    Vervoeging van instrueren

    Ik (nu) instrueer
    Hij/zij (nu) instrueert
    Wij (nu) instrueren
    Verleden tijd instrueerde
    Voltooid deelw. geïnstrueerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over instrueren

    Wat betekent instrueren?
    iemand duidelijke aanwijzingen geven over hoe hij een taak moet uitvoeren
    Op welk taalniveau hoort instrueren?
    Het woord instrueren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van instrueren?
    Synoniemen van instrueren zijn: aansturen, uitleggen, briefen.
    Hoe vervoeg je instrueren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je instrueren als volgt: ik instrueer, hij/zij instrueert, wij instrueren.
    Wat is de verleden tijd van instrueren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van instrueren is: instrueerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van instrueren?
    Het voltooid deelwoord van instrueren is: geïnstrueerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij instrueren?
    Bij instrueren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter