Was dit nuttig?
zakken
werkwoord | Taalniveau: A2
een examen of toets niet halen
Voorbeeldzinnen met het woord zakken
- "Hij zakte voor zijn wiskunde-examen."
- "Ze zakte en moest herkansen."
Synoniemen van zakken
Idiomen
- • De moed in de schoenen zakken
- • In elkaar zakken
Vervoeging van zakken
| Ik (nu) | zak |
| Hij/zij (nu) | zakt |
| Wij (nu) | zakken |
| Verleden tijd | zakte |
| Voltooid deelw. | gezakt |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over zakken
- Wat betekent zakken?
- een examen of toets niet halen
- Op welk taalniveau hoort zakken?
- Het woord zakken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zakken?
- Synoniemen van zakken zijn: mislukken, niet halen.
- Hoe vervoeg je zakken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je zakken als volgt: ik zak, hij/zij zakt, wij zakken.
- Wat is de verleden tijd van zakken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van zakken is: zakte.
- Wat is het voltooid deelwoord van zakken?
- Het voltooid deelwoord van zakken is: gezakt.
- Gebruik je hebben of zijn bij zakken?
- Bij zakken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zakken
herkansen
werkwoord
een toets of examen opnieuw doen na een eerdere mislukking
hetexamen
zelfstandig naamwoord
officiële toets waarmee kennis en vaardigheden formeel worde…
deinstroomtoets
zelfstandig naamwoord
toets waarmee het beginniveau van een leerling wordt vastges…
hetproefwerk
zelfstandig naamwoord
schriftelijke toets op school over een beperkt deel van de l…
hetlokaal
zelfstandig naamwoord
ruimte of klaslokaal in een school of gebouw
depen
zelfstandig naamwoord
schrijfinstrument gevuld met inkt
Gerelateerde taaltips
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.