Was dit nuttig?
dezak
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
een vakje in kleding dat is vastgenaaid en dient om kleine spullen in te bewaren
Voorbeeldzinnen met het woord zak
- "Hij stak zijn handen in de zakken van zijn jas."
- "De telefoon zit in de zak van mijn broek."
Idiomen
- • iets in de zak hebben (iets als zeker beschouwen, al gewonnen hebben)
- • iemand in de zak naaien (iemand bedriegen of oplichten)
Veelgestelde vragen over zak
- Wat betekent zak?
- een vakje in kleding dat is vastgenaaid en dient om kleine spullen in te bewaren
- Op welk taalniveau hoort zak?
- Het woord zak hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zak?
- Synoniemen van zak zijn: borstzak, broekzak.
- Is zak een de-woord of het-woord?
- Zak is een de-woord: de zak.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zak
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)
hetboord
zelfstandig naamwoord
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw