Was dit nuttig?
kunnen
werkwoord | Taalniveau: A1
in staat zijn iets te doen; de mogelijkheid of het vermogen hebben
Voorbeeldzinnen met het woord kunnen
- "Kun jij me helpen met dit pakket?"
- "Ze kan heel snel typen."
Synoniemen van kunnen
Idiomen
- • Dat kan er mee door
- • Zo goed als het kan
Vervoeging van kunnen
| Ik (nu) | kan |
| Hij/zij (nu) | kan |
| Wij (nu) | kunnen |
| Verleden tijd | kon |
| Voltooid deelw. | gekund |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over kunnen
- Wat betekent kunnen?
- in staat zijn iets te doen; de mogelijkheid of het vermogen hebben
- Op welk taalniveau hoort kunnen?
- Het woord kunnen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van kunnen?
- Synoniemen van kunnen zijn: in staat zijn, de mogelijkheid hebben.
- Hoe vervoeg je kunnen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je kunnen als volgt: ik kan, hij/zij kan, wij kunnen.
- Wat is de verleden tijd van kunnen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van kunnen is: kon.
- Wat is het voltooid deelwoord van kunnen?
- Het voltooid deelwoord van kunnen is: gekund.
- Gebruik je hebben of zijn bij kunnen?
- Bij kunnen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij kunnen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is