Was dit nuttig?
dehuisbewaarder
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
persoon die op een woning past als de eigenaar weg is
Voorbeeldzinnen met het woord huisbewaarder
- "Ze namen een huisbewaarder in dienst voor de vakantie."
- "De huisbewaarder zorgde voor de planten en post."
Synoniemen van huisbewaarder
Veelgestelde vragen over huisbewaarder
- Wat betekent huisbewaarder?
- persoon die op een woning past als de eigenaar weg is
- Op welk taalniveau hoort huisbewaarder?
- Het woord huisbewaarder hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van huisbewaarder?
- Synoniemen van huisbewaarder zijn: huiszitter.
- Is huisbewaarder een de-woord of het-woord?
- Huisbewaarder is een de-woord: de huisbewaarder.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij huisbewaarder
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje