Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dehuisbewaarder

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    persoon die op een woning past als de eigenaar weg is

    Voorbeeldzinnen met het woord huisbewaarder

    • "Ze namen een huisbewaarder in dienst voor de vakantie."
    • "De huisbewaarder zorgde voor de planten en post."

    Synoniemen van huisbewaarder

    Veelgestelde vragen over huisbewaarder

    Wat betekent huisbewaarder?
    persoon die op een woning past als de eigenaar weg is
    Op welk taalniveau hoort huisbewaarder?
    Het woord huisbewaarder hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van huisbewaarder?
    Synoniemen van huisbewaarder zijn: huiszitter.
    Is huisbewaarder een de-woord of het-woord?
    Huisbewaarder is een de-woord: de huisbewaarder.

    Delen

    Bladeren op letter