Was dit nuttig?
dehuisdokter
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
een arts die de eerste medische zorg voor een gezin of individu biedt
Voorbeeldzinnen met het woord huisdokter
- "Ze belde de huisdokter voor een spoedafspraak."
- "In België zegt men vaak huisdokter in plaats van huisarts."
Synoniemen van huisdokter
Veelgestelde vragen over huisdokter
- Wat betekent huisdokter?
- een arts die de eerste medische zorg voor een gezin of individu biedt
- Op welk taalniveau hoort huisdokter?
- Het woord huisdokter hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van huisdokter?
- Synoniemen van huisdokter zijn: huisarts, huisgenees.
- Is huisdokter een de-woord of het-woord?
- Huisdokter is een de-woord: de huisdokter.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij huisdokter
hetastma
zelfstandig naamwoord
chronische longaandoening waarbij de luchtwegen vernauwen bi…
dedrugs
zelfstandig naamwoord
chemische stoffen die het bewustzijn of gedrag beïnvloeden e…
hetmedisch dossier
zelfstandig naamwoord
verzameling van alle medische gegevens en behandelingen van …
despoedeisende hulp
zelfstandig naamwoord
afdeling in het ziekenhuis voor acute en ernstige medische g…
hetenzym
zelfstandig naamwoord
een biologisch molecuul dat chemische reacties in levende or…
dewondinfectie
zelfstandig naamwoord
infectie van een wond door bacteriën