Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dehuisgenoot

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    iemand die in hetzelfde huis woont

    Voorbeeldzinnen met het woord huisgenoot

    • "Ze deelt een appartement met twee huisgenoten."
    • "Haar huisgenoot kookt altijd voor hen allebei."

    Synoniemen van huisgenoot

    Veelgestelde vragen over huisgenoot

    Wat betekent huisgenoot?
    iemand die in hetzelfde huis woont
    Op welk taalniveau hoort huisgenoot?
    Het woord huisgenoot hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van huisgenoot?
    Synoniemen van huisgenoot zijn: kamergenoot.
    Is huisgenoot een de-woord of het-woord?
    Huisgenoot is een de-woord: de huisgenoot.

    Delen

    Bladeren op letter