Was dit nuttig?
houden
werkwoord | Taalniveau: A1
1werkwoord| Taalniveau: A1
vasthouden, bewaren of een gevoel koesteren
Voorbeeldzinnen met het woord houden
- "Ze hield de deur open voor hem."
- "Hij houdt van wandelen in de natuur."
Synoniemen van houden
Idiomen
- • het hoofd erbij houden
- • van de hoed en de rand weten
- • houd moed
2werkwoord| Taalniveau: A2
genegenheid of liefde voelen voor een persoon, dier of zaak
Voorbeeldzinnen met het woord houden
- "Ze houdt van haar kinderen meer dan van wat dan ook."
- "Hij houdt van jazz en bezoekt elk jaar het North Sea Jazz Festival."
Synoniemen van houden
Idiomen
- • het hoofd erbij houden
- • van de hoed en de rand weten
- • houd moed
3werkwoord| Taalniveau: B1
zich richten naar een afspraak, regel of belofte; naleven
Voorbeeldzinnen met het woord houden
- "Je moet je houden aan de verkeersregels, ook als het rustig is."
- "De rechter bepaalde dat hij zich moest houden aan het contactverbod."
Idiomen
- • het hoofd erbij houden
- • van de hoed en de rand weten
- • houd moed
Vervoeging van houden
| Ik (nu) | ik houd |
| Hij/zij (nu) | hij houdt |
| Wij (nu) | wij houden |
| Verleden tijd | hield |
| Voltooid deelw. | gehouden |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over houden
- Wat betekent houden?
- vasthouden, bewaren of een gevoel koesteren
- Op welk taalniveau hoort houden?
- Het woord houden hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van houden?
- Synoniemen van houden zijn: vasthouden, bewaren, likken van.
- Hoe vervoeg je houden in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je houden als volgt: ik ik houd, hij/zij hij houdt, wij wij houden.
- Wat is de verleden tijd van houden?
- De verleden tijd (enkelvoud) van houden is: hield.
- Wat is het voltooid deelwoord van houden?
- Het voltooid deelwoord van houden is: gehouden.
- Gebruik je hebben of zijn bij houden?
- Bij houden gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij houden
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen