Was dit nuttig?
grootbrengen
werkwoord | Taalniveau: B1
een kind laten opgroeien tot volwassene
Voorbeeldzinnen met het woord grootbrengen
- "Ze brachten drie kinderen groot."
- "Hij werd grootgebracht door zijn grootouders."
Idiomen
- • groot worden met
Vervoeging van grootbrengen
| Ik (nu) | breng groot |
| Hij/zij (nu) | brengt groot |
| Wij (nu) | brengen groot |
| Verleden tijd | bracht groot |
| Voltooid deelw. | grootgebracht |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over grootbrengen
- Wat betekent grootbrengen?
- een kind laten opgroeien tot volwassene
- Op welk taalniveau hoort grootbrengen?
- Het woord grootbrengen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je grootbrengen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je grootbrengen als volgt: ik breng groot, hij/zij brengt groot, wij brengen groot.
- Wat is de verleden tijd van grootbrengen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van grootbrengen is: bracht groot.
- Wat is het voltooid deelwoord van grootbrengen?
- Het voltooid deelwoord van grootbrengen is: grootgebracht.
- Gebruik je hebben of zijn bij grootbrengen?
- Bij grootbrengen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij grootbrengen
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje