Was dit nuttig?
groot
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A1
1bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A1
Van een omvang die meer is dan normaal
Voorbeeldzinnen met het woord groot
- "Dit is een groot huis."
- "Ze heeft grote ogen."
- "De berg is heel groot."
Synoniemen van groot
Idiomen
- • Een grote mond hebben
2bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2
van groot belang of invloed; indrukwekkend of bewonderenswaardig
Voorbeeldzinnen met het woord groot
- "Beethoven wordt beschouwd als een van de grootste componisten aller tijden."
- "Het was een grote eer voor haar om voor de Koningin te mogen spelen."
Synoniemen van groot
Idiomen
- • Een grote mond hebben
- • Groot in het klein
- • Groter dan het leven
Veelgestelde vragen over groot
- Wat betekent groot?
- Van een omvang die meer is dan normaal
- Op welk taalniveau hoort groot?
- Het woord groot hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van groot?
- Synoniemen van groot zijn: enorm,omvangrijk.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij groot
bescheiden
bijvoeglijk naamwoord
niet opschepperig over eigen prestaties; matig en terughoude…
dapper
bijvoeglijk naamwoord
moed tonend in gevaarlijke of moeilijke situaties; niet bang
levenslustig
bijvoeglijk naamwoord
vol energie en levensvreugde; enthousiast over het leven
precies
bijvoeglijk naamwoord
nauwkeurig; exact zoals het hoort te zijn; zonder fouten
gewoon
bijvoeglijk naamwoord
niet bijzonder of uitzonderlijk; alledaags en normaal
ideaal
bijvoeglijk naamwoord
volledig beantwoordend aan de wensen; het best denkbare