Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    falen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    er niet in slagen een doel of verwachting te bereiken

    Voorbeeldzinnen met het woord falen

    • "Hij faalde voor het examen ondanks zijn harde studie."
    • "Het systeem faalde op het meest kritieke moment."

    Synoniemen van falen

    Idiomen

    • • falen is geen optie

    Vervoeging van falen

    Ik (nu) ik faal
    Hij/zij (nu) hij faalt
    Wij (nu) wij falen
    Verleden tijd faalde
    Voltooid deelw. gefaald
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over falen

    Wat betekent falen?
    er niet in slagen een doel of verwachting te bereiken
    Op welk taalniveau hoort falen?
    Het woord falen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van falen?
    Synoniemen van falen zijn: mislukken, tekort schieten.
    Hoe vervoeg je falen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je falen als volgt: ik ik faal, hij/zij hij faalt, wij wij falen.
    Wat is de verleden tijd van falen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van falen is: faalde.
    Wat is het voltooid deelwoord van falen?
    Het voltooid deelwoord van falen is: gefaald.
    Gebruik je hebben of zijn bij falen?
    Bij falen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter