Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    aflossen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een lening in termijnen terugbetalen

    Voorbeeldzinnen met het woord aflossen

    • "Hij lost elke maand tweehonderd euro af op zijn lening."
    • "Ze wil de hypotheek eerder aflossen."

    Synoniemen van aflossen

    Idiomen

    • • zijn schulden aflossen

    Vervoeging van aflossen

    Ik (nu) los af
    Hij/zij (nu) lost af
    Wij (nu) lossen af
    Verleden tijd loste af
    Voltooid deelw. afgelost
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over aflossen

    Wat betekent aflossen?
    een lening in termijnen terugbetalen
    Op welk taalniveau hoort aflossen?
    Het woord aflossen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van aflossen?
    Synoniemen van aflossen zijn: terugbetalen, afbetalen.
    Hoe vervoeg je aflossen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je aflossen als volgt: ik los af, hij/zij lost af, wij lossen af.
    Wat is de verleden tijd van aflossen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van aflossen is: loste af.
    Wat is het voltooid deelwoord van aflossen?
    Het voltooid deelwoord van aflossen is: afgelost.
    Gebruik je hebben of zijn bij aflossen?
    Bij aflossen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter