Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afbetalen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een lening stap voor stap terugbetalen

    Voorbeeldzinnen met het woord afbetalen

    • "Ze betalen de hypotheek maandelijks af."
    • "Hij betaalde zijn huis volledig af."

    Idiomen

    • • zijn schulden inlossen

    Vervoeging van afbetalen

    Ik (nu) betaal af
    Hij/zij (nu) betaalt af
    Wij (nu) betalen af
    Verleden tijd betaalde af
    Voltooid deelw. afbetaald
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afbetalen

    Wat betekent afbetalen?
    een lening stap voor stap terugbetalen
    Op welk taalniveau hoort afbetalen?
    Het woord afbetalen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je afbetalen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afbetalen als volgt: ik betaal af, hij/zij betaalt af, wij betalen af.
    Wat is de verleden tijd van afbetalen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afbetalen is: betaalde af.
    Wat is het voltooid deelwoord van afbetalen?
    Het voltooid deelwoord van afbetalen is: afbetaald.
    Gebruik je hebben of zijn bij afbetalen?
    Bij afbetalen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter