Was dit nuttig?
afbetalen
werkwoord | Taalniveau: B1
een lening stap voor stap terugbetalen
Voorbeeldzinnen met het woord afbetalen
- "Ze betalen de hypotheek maandelijks af."
- "Hij betaalde zijn huis volledig af."
Idiomen
- • zijn schulden inlossen
Vervoeging van afbetalen
| Ik (nu) | betaal af |
| Hij/zij (nu) | betaalt af |
| Wij (nu) | betalen af |
| Verleden tijd | betaalde af |
| Voltooid deelw. | afbetaald |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over afbetalen
- Wat betekent afbetalen?
- een lening stap voor stap terugbetalen
- Op welk taalniveau hoort afbetalen?
- Het woord afbetalen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je afbetalen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je afbetalen als volgt: ik betaal af, hij/zij betaalt af, wij betalen af.
- Wat is de verleden tijd van afbetalen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van afbetalen is: betaalde af.
- Wat is het voltooid deelwoord van afbetalen?
- Het voltooid deelwoord van afbetalen is: afbetaald.
- Gebruik je hebben of zijn bij afbetalen?
- Bij afbetalen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij afbetalen
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje