Was dit nuttig?
aanschaffen
werkwoord | Taalniveau: B1
iets kopen, doorgaans iets van enige waarde
Voorbeeldzinnen met het woord aanschaffen
- "Ze schafte een nieuwe laptop aan voor haar studie."
- "Ze hebben een nieuwe auto aangeschaft."
Idiomen
- • Iets in huis halen
Vervoeging van aanschaffen
| Ik (nu) | schaf |
| Hij/zij (nu) | schaft |
| Wij (nu) | schaffen |
| Verleden tijd | schafte |
| Voltooid deelw. | aangeschaft |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over aanschaffen
- Wat betekent aanschaffen?
- iets kopen, doorgaans iets van enige waarde
- Op welk taalniveau hoort aanschaffen?
- Het woord aanschaffen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van aanschaffen?
- Synoniemen van aanschaffen zijn: kopen, aanкopen.
- Hoe vervoeg je aanschaffen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je aanschaffen als volgt: ik schaf, hij/zij schaft, wij schaffen.
- Wat is de verleden tijd van aanschaffen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van aanschaffen is: schafte.
- Wat is het voltooid deelwoord van aanschaffen?
- Het voltooid deelwoord van aanschaffen is: aangeschaft.
- Gebruik je hebben of zijn bij aanschaffen?
- Bij aanschaffen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij aanschaffen
debroekriem
zelfstandig naamwoord
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
defactuur
zelfstandig naamwoord
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
dekassière
zelfstandig naamwoord
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
dewaardebon
zelfstandig naamwoord
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
hetgeld
zelfstandig naamwoord
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
demarkt
zelfstandig naamwoord
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden,…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje