Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    aanrekenen

    werkwoord | Taalniveau: B2

    iemand verantwoordelijk houden voor iets; of een bedrag in rekening brengen

    Voorbeeldzinnen met het woord aanrekenen

    • "De bank rekende de klant extra kosten aan voor het overschrijden van de limiet."
    • "Hij rekende haar de fout niet aan, want het was een vergissing."

    Synoniemen van aanrekenen

    Idiomen

    • • iemand iets aanrekenen (iemand verantwoordelijk stellen of de schuld geven van iets)
    • • kosten aanrekenen (een bedrag in rekening brengen voor geleverde diensten)

    Vervoeging van aanrekenen

    Ik (nu) ik reken aan
    Hij/zij (nu) hij rekent aan
    Wij (nu) wij rekenen aan
    Verleden tijd rekende aan
    Voltooid deelw. aangerekend
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over aanrekenen

    Wat betekent aanrekenen?
    iemand verantwoordelijk houden voor iets; of een bedrag in rekening brengen
    Op welk taalniveau hoort aanrekenen?
    Het woord aanrekenen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van aanrekenen?
    Synoniemen van aanrekenen zijn: verwijten, factureren.
    Hoe vervoeg je aanrekenen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je aanrekenen als volgt: ik ik reken aan, hij/zij hij rekent aan, wij wij rekenen aan.
    Wat is de verleden tijd van aanrekenen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van aanrekenen is: rekende aan.
    Wat is het voltooid deelwoord van aanrekenen?
    Het voltooid deelwoord van aanrekenen is: aangerekend.
    Gebruik je hebben of zijn bij aanrekenen?
    Bij aanrekenen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter