Was dit nuttig?
demarkt
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het marktje
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden, meestal op vaste dagen
Voorbeeldzinnen met het woord markt
- "Op de zaterdag staat er een grote markt op het plein."
- "Ze koopt haar groenten altijd op de markt omdat het er vers en goedkoop is."
Synoniemen van markt
Idiomen
- • Zijn waar aanprijzen.
- • De markt is verzadigd.
- • De markt opgaan.
Veelgestelde vragen over markt
- Wat betekent markt?
- openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden, meestal op vaste dagen
- Op welk taalniveau hoort markt?
- Het woord markt hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van markt?
- Synoniemen van markt zijn: boerenmarkt, weekmarkt, bazaar.
- Is markt een de-woord of het-woord?
- Markt is een de-woord: de markt.
- Wat is het verkleinwoord van markt?
- Het verkleinwoord van markt is: het het marktje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij markt
debroekriem
zelfstandig naamwoord
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
defactuur
zelfstandig naamwoord
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
dekassière
zelfstandig naamwoord
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
dewaardebon
zelfstandig naamwoord
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
hetgeld
zelfstandig naamwoord
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
dekassier
zelfstandig naamwoord
medewerker (man) bij de kassa die betalingen afhandelt