Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    demarktleider

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1 | Verkleinwoord: het het marktleidertje

    bedrijf met het grootste marktaandeel in een specifieke sector

    Voorbeeldzinnen met het woord marktleider

    • "In de Nederlandse supermarktsector is een Albert Heijn de marktleider."
    • "Een marktleider kan vaak betere voorwaarden afdwingen bij leveranciers."
    • "De marktleider werd ingehaald door een innovatieve nieuwkomer met een ander businessmodel."
    • "Marktleiders zijn niet altijd de meest winstgevende bedrijven in een sector."
    • "Door fusies kunnen kleinere spelers samen sterker worden dan de marktleider."

    Synoniemen van marktleider

    Idiomen

    • • marktleider zijn in iets (een dominante positie hebben in een sector)

    Waar komt het woord marktleider vandaan?

    Marktleider is een Nederlandse samenstelling van markt (uit het Latijnse mercatus) en leider (uit het Oudnederlandse leidan, leiden). Het woord werd in de tweede helft van de twintigste eeuw populair in marketingliteratuur, parallel aan de opkomst van consumentenmerkenstrategie. Een marktleider geniet doorgaans schaalvoordelen en hogere merkbekendheid.

    Veelgestelde vragen over marktleider

    Wat betekent marktleider?
    bedrijf met het grootste marktaandeel in een specifieke sector
    Op welk taalniveau hoort marktleider?
    Het woord marktleider hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van marktleider?
    Synoniemen van marktleider zijn: branchekoploper.
    Is marktleider een de-woord of het-woord?
    Marktleider is een de-woord: de marktleider.
    Wat is het verkleinwoord van marktleider?
    Het verkleinwoord van marktleider is: het het marktleidertje.

    Delen

    Bladeren op letter