Was dit nuttig?
zwemmen
werkwoord | Taalniveau: A1
zich door water bewegen met behulp van armen en benen
Voorbeeldzinnen met het woord zwemmen
- "Ze zwemt elke ochtend een kilometer in het zwembad."
- "Kinderen leren zwemmen op de basisschool."
Idiomen
- • Zwemmen in het geld
- • Tegen de stroom inzwemmen
- • Zwemmen of verzuipen
Vervoeging van zwemmen
| Ik (nu) | zwem |
| Hij/zij (nu) | zwemt |
| Wij (nu) | zwemmen |
| Verleden tijd | zwom |
| Voltooid deelw. | gezwommen |
| Hulpwerkwoord | hebben / zijn |
Veelgestelde vragen over zwemmen
- Wat betekent zwemmen?
- zich door water bewegen met behulp van armen en benen
- Op welk taalniveau hoort zwemmen?
- Het woord zwemmen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zwemmen?
- Synoniemen van zwemmen zijn: plassen, drijven, zwemmen.
- Hoe vervoeg je zwemmen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je zwemmen als volgt: ik zwem, hij/zij zwemt, wij zwemmen.
- Wat is de verleden tijd van zwemmen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van zwemmen is: zwom.
- Wat is het voltooid deelwoord van zwemmen?
- Het voltooid deelwoord van zwemmen is: gezwommen.
- Gebruik je hebben of zijn bij zwemmen?
- Bij zwemmen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben / zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zwemmen
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
hardlopen
werkwoord
snel lopen als sport of training
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…