Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    zwemmen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    zich door water bewegen met behulp van armen en benen

    Voorbeeldzinnen met het woord zwemmen

    • "Ze zwemt elke ochtend een kilometer in het zwembad."
    • "Kinderen leren zwemmen op de basisschool."

    Synoniemen van zwemmen

    Idiomen

    • • Zwemmen in het geld
    • • Tegen de stroom inzwemmen
    • • Zwemmen of verzuipen

    Vervoeging van zwemmen

    Ik (nu) zwem
    Hij/zij (nu) zwemt
    Wij (nu) zwemmen
    Verleden tijd zwom
    Voltooid deelw. gezwommen
    Hulpwerkwoord hebben / zijn

    Veelgestelde vragen over zwemmen

    Wat betekent zwemmen?
    zich door water bewegen met behulp van armen en benen
    Op welk taalniveau hoort zwemmen?
    Het woord zwemmen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van zwemmen?
    Synoniemen van zwemmen zijn: plassen, drijven, zwemmen.
    Hoe vervoeg je zwemmen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je zwemmen als volgt: ik zwem, hij/zij zwemt, wij zwemmen.
    Wat is de verleden tijd van zwemmen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van zwemmen is: zwom.
    Wat is het voltooid deelwoord van zwemmen?
    Het voltooid deelwoord van zwemmen is: gezwommen.
    Gebruik je hebben of zijn bij zwemmen?
    Bij zwemmen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben / zijn".

    Delen

    Bladeren op letter