Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dezondag

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    De laatste dag van het weekend; voor veel mensen een rustdag

    Voorbeeldzinnen met het woord zondag

    • "Op zondag eet de familie samen."
    • "Ze gaat op zondag naar de kerk."
    • "Zondag is een rustdag."

    Synoniemen van zondag

    Idiomen

    • • Dat is geen Pasen op een zondag
    • • Zondagsrij

    Veelgestelde vragen over zondag

    Wat betekent zondag?
    De laatste dag van het weekend; voor veel mensen een rustdag
    Op welk taalniveau hoort zondag?
    Het woord zondag hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van zondag?
    Synoniemen van zondag zijn: rustdag, weekend, sabbat.
    Is zondag een de-woord of het-woord?
    Zondag is een de-woord: de zondag.

    Delen

    Bladeren op letter