Was dit nuttig?
zelfverzekerd
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: B1
met vertrouwen in de eigen capaciteiten
Voorbeeldzinnen met het woord zelfverzekerd
- "Ze sprak zelfverzekerd voor een groot publiek."
- "Hij was zelfverzekerd in zijn antwoorden tijdens het interview."
Synoniemen van zelfverzekerd
Veelgestelde vragen over zelfverzekerd
- Wat betekent zelfverzekerd?
- met vertrouwen in de eigen capaciteiten
- Op welk taalniveau hoort zelfverzekerd?
- Het woord zelfverzekerd hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zelfverzekerd?
- Synoniemen van zelfverzekerd zijn: zelfvertrouwen hebbend, zeker van zichzelf, assertief.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zelfverzekerd
angstig
bijvoeglijk naamwoord
vol angst of vrees voor iets
blij
bijvoeglijk naamwoord
tevreden en gelukkig van geest
boos
bijvoeglijk naamwoord
kwaad of geïrriteerd vanwege iets wat als onrechtvaardig of …
deinnerlijke rust
zelfstandig naamwoord
een gevoel van diep en stil welzijn
deeigenwaarde
zelfstandig naamwoord
het gevoel de moeite waard te zijn
deapathie
zelfstandig naamwoord
gevoel van onverschilligheid en gebrek aan motivatie
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje