Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    wentelen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    iets omwentelen of rollen door een laagje bloem, paneermeel of suiker voor het bereiden

    Voorbeeldzinnen met het woord wentelen

    • "Wentel de kipstukjes door het paneermeel voor ze de pan in gaan."
    • "Ze wentelde de wentelteefjes door het losgeklopte ei en suikermengsel."

    Synoniemen van wentelen

    Idiomen

    • • in weelde wentelen (rijkelijk leven en ten volle genieten van luxe)
    • • in een rol wentelen (iemand volledig door een coating halen)

    Vervoeging van wentelen

    Ik (nu) wentel
    Hij/zij (nu) wentelt
    Wij (nu) wentelen
    Verleden tijd wentelde
    Voltooid deelw. gewenteld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over wentelen

    Wat betekent wentelen?
    iets omwentelen of rollen door een laagje bloem, paneermeel of suiker voor het bereiden
    Op welk taalniveau hoort wentelen?
    Het woord wentelen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van wentelen?
    Synoniemen van wentelen zijn: omrollen, draaien, bedekken.
    Hoe vervoeg je wentelen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je wentelen als volgt: ik wentel, hij/zij wentelt, wij wentelen.
    Wat is de verleden tijd van wentelen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van wentelen is: wentelde.
    Wat is het voltooid deelwoord van wentelen?
    Het voltooid deelwoord van wentelen is: gewenteld.
    Gebruik je hebben of zijn bij wentelen?
    Bij wentelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter