Was dit nuttig?
waaien
werkwoord | Taalniveau: A1
wind die blaast, het waait
Voorbeeldzinnen met het woord waaien
- "Het waait hard vandaag."
- "De wind waaitt zo hard dat haar hoed wegvloog."
Idiomen
- • het waait wel over
- • zoals het waait, waait het
Vervoeging van waaien
| Ik (nu) | waai |
| Hij/zij (nu) | waait |
| Wij (nu) | waaien |
| Verleden tijd | waaide |
| Voltooid deelw. | gewaaid |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over waaien
- Wat betekent waaien?
- wind die blaast, het waait
- Op welk taalniveau hoort waaien?
- Het woord waaien hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van waaien?
- Synoniemen van waaien zijn: blazen, winden.
- Hoe vervoeg je waaien in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je waaien als volgt: ik waai, hij/zij waait, wij waaien.
- Wat is de verleden tijd van waaien?
- De verleden tijd (enkelvoud) van waaien is: waaide.
- Wat is het voltooid deelwoord van waaien?
- Het voltooid deelwoord van waaien is: gewaaid.
- Gebruik je hebben of zijn bij waaien?
- Bij waaien gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij waaien
sneeuwen
werkwoord
Het vallen van sneeuw uit de lucht
warm
bijvoeglijk naamwoord
Met een hoge temperatuur; het tegenovergestelde van koud
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
zonnig
bijvoeglijk naamwoord
met veel zon, helder weer
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen
dedooi
zelfstandig naamwoord
het smelten van ijs en sneeuw