Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    waaien

    werkwoord | Taalniveau: A1

    wind die blaast, het waait

    Voorbeeldzinnen met het woord waaien

    • "Het waait hard vandaag."
    • "De wind waaitt zo hard dat haar hoed wegvloog."

    Synoniemen van waaien

    Idiomen

    • • het waait wel over
    • • zoals het waait, waait het

    Vervoeging van waaien

    Ik (nu) waai
    Hij/zij (nu) waait
    Wij (nu) waaien
    Verleden tijd waaide
    Voltooid deelw. gewaaid
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over waaien

    Wat betekent waaien?
    wind die blaast, het waait
    Op welk taalniveau hoort waaien?
    Het woord waaien hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van waaien?
    Synoniemen van waaien zijn: blazen, winden.
    Hoe vervoeg je waaien in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je waaien als volgt: ik waai, hij/zij waait, wij waaien.
    Wat is de verleden tijd van waaien?
    De verleden tijd (enkelvoud) van waaien is: waaide.
    Wat is het voltooid deelwoord van waaien?
    Het voltooid deelwoord van waaien is: gewaaid.
    Gebruik je hebben of zijn bij waaien?
    Bij waaien gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter