Was dit nuttig?
blazen
werkwoord | Taalniveau: A2
lucht of wind voortbrengen; uitademen met kracht
Voorbeeldzinnen met het woord blazen
- "De wind blazt hard tegen de ramen."
- "Hij blaast in zijn fluit."
Idiomen
- • blazen op de trompet
- • met alle winden meeblazen
Vervoeging van blazen
| Ik (nu) | ik blaas |
| Hij/zij (nu) | hij blaast |
| Wij (nu) | wij blazen |
| Verleden tijd | ik blies |
| Voltooid deelw. | geblazen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over blazen
- Wat betekent blazen?
- lucht of wind voortbrengen; uitademen met kracht
- Op welk taalniveau hoort blazen?
- Het woord blazen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je blazen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je blazen als volgt: ik ik blaas, hij/zij hij blaast, wij wij blazen.
- Wat is de verleden tijd van blazen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van blazen is: ik blies.
- Wat is het voltooid deelwoord van blazen?
- Het voltooid deelwoord van blazen is: geblazen.
- Gebruik je hebben of zijn bij blazen?
- Bij blazen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij blazen
sneeuwen
werkwoord
Het vallen van sneeuw uit de lucht
warm
bijvoeglijk naamwoord
Met een hoge temperatuur; het tegenovergestelde van koud
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
zonnig
bijvoeglijk naamwoord
met veel zon, helder weer
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen
dedooi
zelfstandig naamwoord
het smelten van ijs en sneeuw
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen