Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    blazen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    lucht of wind voortbrengen; uitademen met kracht

    Voorbeeldzinnen met het woord blazen

    • "De wind blazt hard tegen de ramen."
    • "Hij blaast in zijn fluit."

    Idiomen

    • • blazen op de trompet
    • • met alle winden meeblazen

    Vervoeging van blazen

    Ik (nu) ik blaas
    Hij/zij (nu) hij blaast
    Wij (nu) wij blazen
    Verleden tijd ik blies
    Voltooid deelw. geblazen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over blazen

    Wat betekent blazen?
    lucht of wind voortbrengen; uitademen met kracht
    Op welk taalniveau hoort blazen?
    Het woord blazen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je blazen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je blazen als volgt: ik ik blaas, hij/zij hij blaast, wij wij blazen.
    Wat is de verleden tijd van blazen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van blazen is: ik blies.
    Wat is het voltooid deelwoord van blazen?
    Het voltooid deelwoord van blazen is: geblazen.
    Gebruik je hebben of zijn bij blazen?
    Bij blazen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter