Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    verzekeren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een zorgverzekering afsluiten of gedekt zijn voor medische kosten

    Voorbeeldzinnen met het woord verzekeren

    • "Iedereen in Nederland moet zich verzekeren voor zorgkosten."
    • "Ze verzekerde haar gezin bij een nieuwe zorgverzekeraar."

    Synoniemen van verzekeren

    Idiomen

    • • voor een dubbeltje op de eerste rij zitten

    Vervoeging van verzekeren

    Ik (nu) verzeker
    Hij/zij (nu) verzekert
    Wij (nu) verzekeren
    Verleden tijd verzekerde
    Voltooid deelw. verzekerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over verzekeren

    Wat betekent verzekeren?
    een zorgverzekering afsluiten of gedekt zijn voor medische kosten
    Op welk taalniveau hoort verzekeren?
    Het woord verzekeren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van verzekeren?
    Synoniemen van verzekeren zijn: afsluiten, gedekt zijn.
    Hoe vervoeg je verzekeren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je verzekeren als volgt: ik verzeker, hij/zij verzekert, wij verzekeren.
    Wat is de verleden tijd van verzekeren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van verzekeren is: verzekerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van verzekeren?
    Het voltooid deelwoord van verzekeren is: verzekerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij verzekeren?
    Bij verzekeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter