Was dit nuttig?
detrouwzaal
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
zaal ingericht voor het voltrekken van een huwelijk
Voorbeeldzinnen met het woord trouwzaal
- "De trouwzaal in het gemeentehuis was sfeervol verlicht."
- "Ze reserveerden de trouwzaal zes maanden van tevoren."
Synoniemen van trouwzaal
Veelgestelde vragen over trouwzaal
- Wat betekent trouwzaal?
- zaal ingericht voor het voltrekken van een huwelijk
- Op welk taalniveau hoort trouwzaal?
- Het woord trouwzaal hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van trouwzaal?
- Synoniemen van trouwzaal zijn: trouwlocatie.
- Is trouwzaal een de-woord of het-woord?
- Trouwzaal is een de-woord: de trouwzaal.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij trouwzaal
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje