Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    trappen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    met de voet een bal raken of een beweging maken

    Voorbeeldzinnen met het woord trappen

    • "Hij trapt de bal krachtig op doel."
    • "Ze trapt de penalty hard in de linker bovenhoek."

    Synoniemen van trappen

    Idiomen

    • • in de val trappen

    Vervoeging van trappen

    Ik (nu) trap
    Hij/zij (nu) trapt
    Wij (nu) trappen
    Verleden tijd trapte
    Voltooid deelw. getrapt
    Hulpwerkwoord heeft

    Veelgestelde vragen over trappen

    Wat betekent trappen?
    met de voet een bal raken of een beweging maken
    Op welk taalniveau hoort trappen?
    Het woord trappen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van trappen?
    Synoniemen van trappen zijn: schoppen, een trap geven.
    Hoe vervoeg je trappen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je trappen als volgt: ik trap, hij/zij trapt, wij trappen.
    Wat is de verleden tijd van trappen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van trappen is: trapte.
    Wat is het voltooid deelwoord van trappen?
    Het voltooid deelwoord van trappen is: getrapt.
    Gebruik je hebben of zijn bij trappen?
    Bij trappen gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".

    Delen

    Bladeren op letter