Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    stijgen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    hoger worden van niveau of waarde

    Voorbeeldzinnen met het woord stijgen

    • "Het zeeniveau stijgt door klimaatverandering."
    • "De temperatuur stijgt elk decennium iets."

    Synoniemen van stijgen

    Idiomen

    • • op de ladder stijgen

    Vervoeging van stijgen

    Ik (nu) stijg
    Hij/zij (nu) stijgt
    Wij (nu) stijgen
    Verleden tijd steeg
    Voltooid deelw. gestegen
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over stijgen

    Wat betekent stijgen?
    hoger worden van niveau of waarde
    Op welk taalniveau hoort stijgen?
    Het woord stijgen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van stijgen?
    Synoniemen van stijgen zijn: toenemen, omhooggaan, oplopen.
    Hoe vervoeg je stijgen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je stijgen als volgt: ik stijg, hij/zij stijgt, wij stijgen.
    Wat is de verleden tijd van stijgen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van stijgen is: steeg.
    Wat is het voltooid deelwoord van stijgen?
    Het voltooid deelwoord van stijgen is: gestegen.
    Gebruik je hebben of zijn bij stijgen?
    Bij stijgen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter