Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    oplopen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    toenemen of hoger worden

    Voorbeeldzinnen met het woord oplopen

    • "De temperatuur liep in de middag snel op."
    • "De waterschade liep op na de aanhoudende regens."

    Synoniemen van oplopen

    Idiomen

    • • de kosten lopen op
    • • de spanning loopt op

    Vervoeging van oplopen

    Ik (nu) ik loop op
    Hij/zij (nu) hij loopt op
    Wij (nu) wij lopen op
    Verleden tijd liep op
    Voltooid deelw. opgelopen
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over oplopen

    Wat betekent oplopen?
    toenemen of hoger worden
    Op welk taalniveau hoort oplopen?
    Het woord oplopen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van oplopen?
    Synoniemen van oplopen zijn: stijgen, omhooggaan.
    Hoe vervoeg je oplopen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je oplopen als volgt: ik ik loop op, hij/zij hij loopt op, wij wij lopen op.
    Wat is de verleden tijd van oplopen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van oplopen is: liep op.
    Wat is het voltooid deelwoord van oplopen?
    Het voltooid deelwoord van oplopen is: opgelopen.
    Gebruik je hebben of zijn bij oplopen?
    Bij oplopen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter