Was dit nuttig?
stagelopen
werkwoord | Taalniveau: B1
een praktijkperiode doorbrengen bij een organisatie
Voorbeeldzinnen met het woord stagelopen
- "Ze loopt stage bij een advocatenkantoor."
- "Hij loopt stage in het buitenland."
Synoniemen van stagelopen
Idiomen
- • praktijkervaring opdoen
- • een stage volgen bij een bedrijf
Vervoeging van stagelopen
| Ik (nu) | ik loop stage |
| Hij/zij (nu) | hij loopt stage |
| Wij (nu) | wij lopen stage |
| Verleden tijd | liep stage |
| Voltooid deelw. | stage gelopen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over stagelopen
- Wat betekent stagelopen?
- een praktijkperiode doorbrengen bij een organisatie
- Op welk taalniveau hoort stagelopen?
- Het woord stagelopen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van stagelopen?
- Synoniemen van stagelopen zijn: stage doen.
- Hoe vervoeg je stagelopen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je stagelopen als volgt: ik ik loop stage, hij/zij hij loopt stage, wij wij lopen stage.
- Wat is de verleden tijd van stagelopen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van stagelopen is: liep stage.
- Wat is het voltooid deelwoord van stagelopen?
- Het voltooid deelwoord van stagelopen is: stage gelopen.
- Gebruik je hebben of zijn bij stagelopen?
- Bij stagelopen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij stagelopen
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
kritisch
bijvoeglijk naamwoord
met een analyserende en vragende houding
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje