Was dit nuttig?
destage
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
praktijkervaring opdoen bij een bedrijf
Voorbeeldzinnen met het woord stage
- "Ze loopt stage bij een bedrijf."
- "Hij deed stage in een ziekenhuis."
Synoniemen van stage
Idiomen
- • Op stage gaan
- • Een leerzame stage
Veelgestelde vragen over stage
- Wat betekent stage?
- praktijkervaring opdoen bij een bedrijf
- Op welk taalniveau hoort stage?
- Het woord stage hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van stage?
- Synoniemen van stage zijn: werkervaringsplek.
- Is stage een de-woord of het-woord?
- Stage is een de-woord: de stage.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij stage
hetexamen
zelfstandig naamwoord
officiële toets waarmee kennis en vaardigheden formeel worde…
deinstroomtoets
zelfstandig naamwoord
toets waarmee het beginniveau van een leerling wordt vastges…
hetproefwerk
zelfstandig naamwoord
schriftelijke toets op school over een beperkt deel van de l…
hetlokaal
zelfstandig naamwoord
ruimte of klaslokaal in een school of gebouw
depen
zelfstandig naamwoord
schrijfinstrument gevuld met inkt
hetrapport
zelfstandig naamwoord
overzicht van behaalde cijfers op school
Gerelateerde taaltips
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.