Was dit nuttig?
soepel
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: B1
gemakkelijk buigend en bewegend
Voorbeeldzinnen met het woord soepel
- "Door dagelijkse yoga was ze erg soepel geworden."
- "Soepele spieren herstellen sneller na inspanning."
Idiomen
- • Soepel verlopen
- • Een soepele overgang
Veelgestelde vragen over soepel
- Wat betekent soepel?
- gemakkelijk buigend en bewegend
- Op welk taalniveau hoort soepel?
- Het woord soepel hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van soepel?
- Synoniemen van soepel zijn: flexibel, lenig.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij soepel
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje