Was dit nuttig?
schoonmaken
werkwoord | Taalniveau: A1
vuil of rommel verwijderen, poetsen
Voorbeeldzinnen met het woord schoonmaken
- "Ze maakt het huis schoon op zaterdag."
- "Hij maakt zijn kamer schoon."
Idiomen
- • schoon schip maken
Vervoeging van schoonmaken
| Ik (nu) | maak schoon |
| Hij/zij (nu) | maakt schoon |
| Wij (nu) | maken schoon |
| Verleden tijd | maakte schoon |
| Voltooid deelw. | schoongemaakt |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over schoonmaken
- Wat betekent schoonmaken?
- vuil of rommel verwijderen, poetsen
- Op welk taalniveau hoort schoonmaken?
- Het woord schoonmaken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van schoonmaken?
- Synoniemen van schoonmaken zijn: opruimen, poetsen.
- Hoe vervoeg je schoonmaken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je schoonmaken als volgt: ik maak schoon, hij/zij maakt schoon, wij maken schoon.
- Wat is de verleden tijd van schoonmaken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van schoonmaken is: maakte schoon.
- Wat is het voltooid deelwoord van schoonmaken?
- Het voltooid deelwoord van schoonmaken is: schoongemaakt.
- Gebruik je hebben of zijn bij schoonmaken?
- Bij schoonmaken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij schoonmaken
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders