Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    schijnen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    licht uitstralen; ook: de indruk wekken

    Voorbeeldzinnen met het woord schijnen

    • "De zon scheen de hele dag."
    • "Het schijnt dat hij ziek is."

    Synoniemen van schijnen

    Idiomen

    • • de zon schijnt van de partij
    • • het schijnt zo te zijn

    Vervoeging van schijnen

    Ik (nu) ik schijn
    Hij/zij (nu) hij schijnt
    Wij (nu) wij schijnen
    Verleden tijd scheen
    Voltooid deelw. geschenen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over schijnen

    Wat betekent schijnen?
    licht uitstralen; ook: de indruk wekken
    Op welk taalniveau hoort schijnen?
    Het woord schijnen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van schijnen?
    Synoniemen van schijnen zijn: stralen, lijken, schijnen.
    Hoe vervoeg je schijnen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je schijnen als volgt: ik ik schijn, hij/zij hij schijnt, wij wij schijnen.
    Wat is de verleden tijd van schijnen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van schijnen is: scheen.
    Wat is het voltooid deelwoord van schijnen?
    Het voltooid deelwoord van schijnen is: geschenen.
    Gebruik je hebben of zijn bij schijnen?
    Bij schijnen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter