Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    scheiden

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een huwelijk of relatie officieel beëindigen

    Voorbeeldzinnen met het woord scheiden

    • "Ze hebben besloten te scheiden."
    • "Ze scheidden na tien jaar huwelijk."

    Idiomen

    • • ieder zijn eigen weg gaan

    Vervoeging van scheiden

    Ik (nu) scheid
    Hij/zij (nu) scheidt
    Wij (nu) scheiden
    Verleden tijd scheidde
    Voltooid deelw. gescheiden
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over scheiden

    Wat betekent scheiden?
    een huwelijk of relatie officieel beëindigen
    Op welk taalniveau hoort scheiden?
    Het woord scheiden hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je scheiden in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je scheiden als volgt: ik scheid, hij/zij scheidt, wij scheiden.
    Wat is de verleden tijd van scheiden?
    De verleden tijd (enkelvoud) van scheiden is: scheidde.
    Wat is het voltooid deelwoord van scheiden?
    Het voltooid deelwoord van scheiden is: gescheiden.
    Gebruik je hebben of zijn bij scheiden?
    Bij scheiden gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter