Was dit nuttig?
scheiden
werkwoord | Taalniveau: B1
een huwelijk of relatie officieel beëindigen
Voorbeeldzinnen met het woord scheiden
- "Ze hebben besloten te scheiden."
- "Ze scheidden na tien jaar huwelijk."
Idiomen
- • ieder zijn eigen weg gaan
Vervoeging van scheiden
| Ik (nu) | scheid |
| Hij/zij (nu) | scheidt |
| Wij (nu) | scheiden |
| Verleden tijd | scheidde |
| Voltooid deelw. | gescheiden |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over scheiden
- Wat betekent scheiden?
- een huwelijk of relatie officieel beëindigen
- Op welk taalniveau hoort scheiden?
- Het woord scheiden hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je scheiden in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je scheiden als volgt: ik scheid, hij/zij scheidt, wij scheiden.
- Wat is de verleden tijd van scheiden?
- De verleden tijd (enkelvoud) van scheiden is: scheidde.
- Wat is het voltooid deelwoord van scheiden?
- Het voltooid deelwoord van scheiden is: gescheiden.
- Gebruik je hebben of zijn bij scheiden?
- Bij scheiden gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij scheiden
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje