Was dit nuttig?
razen
werkwoord | Taalniveau: B1
met hoge snelheid bewegen of lawaai maken; ook: hevig tekeergaan
Voorbeeldzinnen met het woord razen
- "De ambulance raasde met loeiende sirenes door de straten."
- "Hij raasde en tierde van woede toen hij hoorde wat er was misgegaan."
Idiomen
- • razen als een beest
- • razen van woede
Vervoeging van razen
| Ik (nu) | ik raas |
| Hij/zij (nu) | hij raast |
| Wij (nu) | wij razen |
| Verleden tijd | raasde |
| Voltooid deelw. | geraasd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over razen
- Wat betekent razen?
- met hoge snelheid bewegen of lawaai maken; ook: hevig tekeergaan
- Op welk taalniveau hoort razen?
- Het woord razen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van razen?
- Synoniemen van razen zijn: razen, scheuren.
- Hoe vervoeg je razen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je razen als volgt: ik ik raas, hij/zij hij raast, wij wij razen.
- Wat is de verleden tijd van razen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van razen is: raasde.
- Wat is het voltooid deelwoord van razen?
- Het voltooid deelwoord van razen is: geraasd.
- Gebruik je hebben of zijn bij razen?
- Bij razen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje