Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    pruttelen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    langzaam koken met regelmatig opborrelen; ook figuurlijk: zachtjes mopperen over iets

    Voorbeeldzinnen met het woord pruttelen

    • "De erwtensoep pruttelde zachtjes op het fornuis."
    • "Ze pruttelde over het slechte weer terwijl ze de maaltijd bereidde."

    Synoniemen van pruttelen

    Idiomen

    • • een beetje pruttelen (zachtjes klagen of mopperen over iets)
    • • op de achtergrond pruttelen (iets laten sluimeren zonder het aan te pakken)

    Vervoeging van pruttelen

    Ik (nu) pruttel
    Hij/zij (nu) pruttelt
    Wij (nu) pruttelen
    Verleden tijd pruttelde
    Voltooid deelw. geprutteld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over pruttelen

    Wat betekent pruttelen?
    langzaam koken met regelmatig opborrelen; ook figuurlijk: zachtjes mopperen over iets
    Op welk taalniveau hoort pruttelen?
    Het woord pruttelen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van pruttelen?
    Synoniemen van pruttelen zijn: sudderen, borrelen, murmelen.
    Hoe vervoeg je pruttelen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je pruttelen als volgt: ik pruttel, hij/zij pruttelt, wij pruttelen.
    Wat is de verleden tijd van pruttelen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van pruttelen is: pruttelde.
    Wat is het voltooid deelwoord van pruttelen?
    Het voltooid deelwoord van pruttelen is: geprutteld.
    Gebruik je hebben of zijn bij pruttelen?
    Bij pruttelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter