Was dit nuttig?
hetpand
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
een gebouw of een onroerend goed; ook: een in beslag genomen voorwerp
Voorbeeldzinnen met het woord pand
- "Het pand wordt gerenoveerd en wordt daarna verhuurd als kantoorruimte."
- "De bank nam het pand in beslag vanwege onbetaalde schulden."
Veelgestelde vragen over pand
- Wat betekent pand?
- een gebouw of een onroerend goed; ook: een in beslag genomen voorwerp
- Op welk taalniveau hoort pand?
- Het woord pand hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van pand?
- Synoniemen van pand zijn: gebouw, woning.
- Is pand een de-woord of het-woord?
- Pand is een het-woord: het pand.
Alfabetisch
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje