Was dit nuttig?
hetgebouw
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een bouwwerk met muren en een dak, bestemd voor bewoning of gebruik
Voorbeeldzinnen met het woord gebouw
- "Het nieuwe gebouw van de universiteit is tien verdiepingen hoog."
- "Het historische gebouw staat al drie eeuwen op de hoek van de straat."
Veelgestelde vragen over gebouw
- Wat betekent gebouw?
- een bouwwerk met muren en een dak, bestemd voor bewoning of gebruik
- Op welk taalniveau hoort gebouw?
- Het woord gebouw hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van gebouw?
- Synoniemen van gebouw zijn: bouwwerk, pand.
- Is gebouw een de-woord of het-woord?
- Gebouw is een het-woord: het gebouw.
Alfabetisch
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen