Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    opschieten

    werkwoord | Taalniveau: A2

    snel handelen; ook: sneller gaan

    Voorbeeldzinnen met het woord opschieten

    • "Schiet op, we zijn al laat."
    • "Ze schoot op met het klaarmaken van het eten."

    Synoniemen van opschieten

    Idiomen

    • • opschieten met iemand
    • • schiet eens op!

    Vervoeging van opschieten

    Ik (nu) schiet op
    Hij/zij (nu) schiet op
    Wij (nu) schieten op
    Verleden tijd schoot op
    Voltooid deelw. opgeschoten
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over opschieten

    Wat betekent opschieten?
    snel handelen; ook: sneller gaan
    Op welk taalniveau hoort opschieten?
    Het woord opschieten hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van opschieten?
    Synoniemen van opschieten zijn: haasten, vlug zijn, voortmaken.
    Hoe vervoeg je opschieten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je opschieten als volgt: ik schiet op, hij/zij schiet op, wij schieten op.
    Wat is de verleden tijd van opschieten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van opschieten is: schoot op.
    Wat is het voltooid deelwoord van opschieten?
    Het voltooid deelwoord van opschieten is: opgeschoten.
    Gebruik je hebben of zijn bij opschieten?
    Bij opschieten gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter