Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    opluchten

    werkwoord | Taalniveau: B1

    iemand bevrijden van een last of angst

    Voorbeeldzinnen met het woord opluchten

    • "Het goede nieuws oplichtte haar enorm."
    • "Hij voelde zich opgelucht na het gesprek."

    Idiomen

    • • een steen van het hart

    Vervoeging van opluchten

    Ik (nu) ik oplucht
    Hij/zij (nu) hij/zij oplucht
    Wij (nu) wij opluchten
    Verleden tijd oplichtte
    Voltooid deelw. opgelucht
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over opluchten

    Wat betekent opluchten?
    iemand bevrijden van een last of angst
    Op welk taalniveau hoort opluchten?
    Het woord opluchten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je opluchten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je opluchten als volgt: ik ik oplucht, hij/zij hij/zij oplucht, wij wij opluchten.
    Wat is de verleden tijd van opluchten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van opluchten is: oplichtte.
    Wat is het voltooid deelwoord van opluchten?
    Het voltooid deelwoord van opluchten is: opgelucht.
    Gebruik je hebben of zijn bij opluchten?
    Bij opluchten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter