Was dit nuttig?
opluchten
werkwoord | Taalniveau: B1
iemand bevrijden van een last of angst
Voorbeeldzinnen met het woord opluchten
- "Het goede nieuws oplichtte haar enorm."
- "Hij voelde zich opgelucht na het gesprek."
Idiomen
- • een steen van het hart
Vervoeging van opluchten
| Ik (nu) | ik oplucht |
| Hij/zij (nu) | hij/zij oplucht |
| Wij (nu) | wij opluchten |
| Verleden tijd | oplichtte |
| Voltooid deelw. | opgelucht |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over opluchten
- Wat betekent opluchten?
- iemand bevrijden van een last of angst
- Op welk taalniveau hoort opluchten?
- Het woord opluchten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je opluchten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je opluchten als volgt: ik ik oplucht, hij/zij hij/zij oplucht, wij wij opluchten.
- Wat is de verleden tijd van opluchten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van opluchten is: oplichtte.
- Wat is het voltooid deelwoord van opluchten?
- Het voltooid deelwoord van opluchten is: opgelucht.
- Gebruik je hebben of zijn bij opluchten?
- Bij opluchten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij opluchten
liefhebben
werkwoord
diepe liefde voelen voor iemand
angstig
bijvoeglijk naamwoord
vol angst of vrees voor iets
blij
bijvoeglijk naamwoord
tevreden en gelukkig van geest
boos
bijvoeglijk naamwoord
kwaad of geïrriteerd vanwege iets wat als onrechtvaardig of …
deinnerlijke rust
zelfstandig naamwoord
een gevoel van diep en stil welzijn
deeigenwaarde
zelfstandig naamwoord
het gevoel de moeite waard te zijn
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje