Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    opereren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een chirurgische ingreep uitvoeren

    Voorbeeldzinnen met het woord opereren

    • "De chirurg opereert hem morgenochtend."
    • "Ze wordt geopereerd aan haar knie."

    Synoniemen van opereren

    Idiomen

    • • onder het mes gaan
    • • een operatie ondergaan

    Vervoeging van opereren

    Ik (nu) ik opereer
    Hij/zij (nu) hij/zij opereert
    Wij (nu) wij opereren
    Verleden tijd opereerde
    Voltooid deelw. geopereerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over opereren

    Wat betekent opereren?
    een chirurgische ingreep uitvoeren
    Op welk taalniveau hoort opereren?
    Het woord opereren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van opereren?
    Synoniemen van opereren zijn: opereren, snijden.
    Hoe vervoeg je opereren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je opereren als volgt: ik ik opereer, hij/zij hij/zij opereert, wij wij opereren.
    Wat is de verleden tijd van opereren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van opereren is: opereerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van opereren?
    Het voltooid deelwoord van opereren is: geopereerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij opereren?
    Bij opereren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter