Was dit nuttig?
luid
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A2
met een groot geluidsvolume; hoorbaar op grote afstand; lawaaierig
Voorbeeldzinnen met het woord luid
- "De muziek was zo luid dat je er buiten van kon horen."
- "Een luide stem klonk over het drukke marktplein."
Synoniemen van luid
Idiomen
- • luid en duidelijk spreken (duidelijk en verstaanbaar communiceren)
Veelgestelde vragen over luid
- Wat betekent luid?
- met een groot geluidsvolume; hoorbaar op grote afstand; lawaaierig
- Op welk taalniveau hoort luid?
- Het woord luid hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van luid?
- Synoniemen van luid zijn: hard, luidruchtig, schel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij luid
bescheiden
bijvoeglijk naamwoord
niet opschepperig over eigen prestaties; matig en terughoude…
dapper
bijvoeglijk naamwoord
moed tonend in gevaarlijke of moeilijke situaties; niet bang
levenslustig
bijvoeglijk naamwoord
vol energie en levensvreugde; enthousiast over het leven
precies
bijvoeglijk naamwoord
nauwkeurig; exact zoals het hoort te zijn; zonder fouten
groot
bijvoeglijk naamwoord
Van een omvang die meer is dan normaal
gewoon
bijvoeglijk naamwoord
niet bijzonder of uitzonderlijk; alledaags en normaal
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen