Was dit nuttig?
delevenspartner
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
persoon met wie je het leven deelt
Voorbeeldzinnen met het woord levenspartner
- "Haar levenspartner is haar grootste steun."
- "Ze koos haar levenspartner zorgvuldig."
Synoniemen van levenspartner
Veelgestelde vragen over levenspartner
- Wat betekent levenspartner?
- persoon met wie je het leven deelt
- Op welk taalniveau hoort levenspartner?
- Het woord levenspartner hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van levenspartner?
- Synoniemen van levenspartner zijn: vaste partner.
- Is levenspartner een de-woord of het-woord?
- Levenspartner is een de-woord: de levenspartner.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij levenspartner
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje