Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    delevenspartner

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    persoon met wie je het leven deelt

    Voorbeeldzinnen met het woord levenspartner

    • "Haar levenspartner is haar grootste steun."
    • "Ze koos haar levenspartner zorgvuldig."

    Synoniemen van levenspartner

    Veelgestelde vragen over levenspartner

    Wat betekent levenspartner?
    persoon met wie je het leven deelt
    Op welk taalniveau hoort levenspartner?
    Het woord levenspartner hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van levenspartner?
    Synoniemen van levenspartner zijn: vaste partner.
    Is levenspartner een de-woord of het-woord?
    Levenspartner is een de-woord: de levenspartner.

    Delen

    Bladeren op letter