Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    lenen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    geld tijdelijk van iemand of een bank krijgen met de belofte het terug te betalen

    Voorbeeldzinnen met het woord lenen

    • "Ze leende geld van de bank voor een nieuwe auto."
    • "Hij leende zijn vriend tweehonderd euro."

    Synoniemen van lenen

    Idiomen

    • • geld lenen doet vriendschap smoren

    Vervoeging van lenen

    Ik (nu) leen
    Hij/zij (nu) leent
    Wij (nu) lenen
    Verleden tijd leende
    Voltooid deelw. geleend
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over lenen

    Wat betekent lenen?
    geld tijdelijk van iemand of een bank krijgen met de belofte het terug te betalen
    Op welk taalniveau hoort lenen?
    Het woord lenen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van lenen?
    Synoniemen van lenen zijn: krediet krijgen, schuld maken.
    Hoe vervoeg je lenen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je lenen als volgt: ik leen, hij/zij leent, wij lenen.
    Wat is de verleden tijd van lenen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van lenen is: leende.
    Wat is het voltooid deelwoord van lenen?
    Het voltooid deelwoord van lenen is: geleend.
    Gebruik je hebben of zijn bij lenen?
    Bij lenen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter